Gegevensmodel Toetsdefinitie

Uit ROSA Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Toetsdefinities worden uitgewisseld om het mogelijk te maken dat resultaten op een goede manier (bijv in de juiste schaal, voorzien van de juiste context) kunnen worden getoond, en dat vergelijkbare resultaten naast elkaar kunnen worden getoond in een overzicht, waarbij de toetsdefinitie voldoende context geeft aan de presentatie om de resultaten goed te kunnen interpreteren.

De toetsdefinitie houdt rekening met de verschillende soorten toetsen die er zijn, en het is prima mogelijk om resultaten uit te wisselen zonder hier tevoren of gelijk met de resultaten een toetsdefinitie over uit te wisselen. Indien de normering niet wordt geleverd, is de aanbieder verantwoordelijk voor het op de juiste manier aanleveren van de genormeerde resultaten.

Rosa 1.1/doc/objecttype/curriculuminfoRosa 1.1/doc/enumeratie/referentieschaal typenRosa 1.1/doc/enumeratie/afnameconditie typenRosa 1.1/doc/enumeratie/toetsonderdeel typenRosa 1.1/doc/enumeratie/toets typenRosa 1.1/doc/objecttype/toetscatalogusRosa 1.1/doc/objecttype/toetsclusterRosa 1.1/doc/gegevensgroeptype/doel-betekenisRosa 1.1/doc/gegevensgroeptype/normeringsintervalRosa 1.1/doc/objecttype/expressieschaalRosa 1.1/doc/objecttype/interpolatieschaalRosa 1.1/doc/objecttype/matchingschaalRosa 1.1/doc/objecttype/tweepuntsschaalRosa 1.1/doc/objecttype/referentieschaalRosa 1.1/doc/gegevensgroeptype/doel-betekenis onderdeelRosa 1.1/doc/gegevensgroeptype/afnameconditieRosa 1.1/doc/objecttype/toetseenheidRosa 1.1/doc/objecttype/toetsonderdeelRosa 1.1/doc/objecttype/toetsRosa 1.1/doc/objecttype/toetsleverancier

Een gegevensstructuur van een toets heeft enkele metadatavelden en bestaat uit toetsonderdelen. De veronderstelling is dat de onderdelen weer uit andere onderdelen en/of uit items bestaan. Items worden in dit model niet als losse entiteit beschreven. Het is wel mogelijk om resultaten op item-level uit te wisselen. De gebruikte toetsdefinitie bevat dan een toetsonderdeel voor elk gebruikt item.

Een toetsdefinitie heeft een unieke identifier (toegekend door de maker van de toets, uniek en stabiel over de verschillende versies van een toets), een naam, een optioneel versie attribuut en een optioneel typelabel. Een toetsonderdeel heeft een eigen identifier, een verwijzing naar de toets waar het onderdeel bij hoort en een optioneel typelabel.

Toetsen kunnen worden gebundeld in (zo nodig geneste) Toetsclusters, waarmee reeksen en hiërarchieën van toetsen kunnen worden aangeduid.

Toets en toetsonderdeel beschikken over een drietal optionele sets van metadata, waarvan de eerste drie zowel op niveau van toets als op niveau van toetsonderdeel gedefinieerd zijn. De velden zijn optioneel, en een werkwijze zou kunnen zijn dat voor informatie die niet op niveau van een toetsonderdeel is ingevuld, de waarde op een hoger niveau van nesting geldt.

Curriculum informatie.
Bevat de context om de resultaten van de toets te kunnen interpreteren in educatieve zin:
  • Vak, niveau, leerjaar: informatie om aan te geven waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden
  • leerdoelen: de leerdoelen die de toets of het onderdeel afdekt. Dit is een vocabulairegebonden veld, en het vocabulaire zelf wordt expliciet niet in de standaard vastgelegd om doorontwikkeling en verschillende soorten vocabulaires te kunnen gebruiken.
  • Didactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort deze toets het beste aansluit. Hier kan ook in worden gespecificeerd of het een digitale of papieren afname betreft, of de toets geschikt is voor gebruik op tablets enz.
Referentieschaal.
Instrument om scores te plaatsen op een schaal. Hier zijn nu vier typen van beschreven:
  • Tweepuntschaal: de ruwe score wordt vergeleken met de cesuur van deze schaal, en als de score lager is wordt waarde1 teruggegeven anders waarde2. Deze referentiescore (beoordeling) kan worden gebruikt voor eenvoudige voldoende/onvoldoende oordelen aan de hand van een cesuur. De ruwe score heeft niet een hoogste of laagste waarde en wijkt daarmee af van de andere schalen.
  • Matching schaal: Matching schaal: De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, en het resultaat is de waarde van het matchende interval. De drempelscore is een enkelvoudig getal (bijv. aantal goede antwoorden, totaalscore of aantal punten). In veel gevallen zijn deze referentieschaal-aanduidingen al het resultaat van een interpretatie door de leverancier zonder terugkoppeling van de ruwe scores. De referentieschaal is belangrijk omdat dit een algemene betekenis heeft binnen het onderwijs dat het niveau van de leerling op het betreffende toetsdomein duidt.
  • Interpolatie schaal: De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, waarbij de plek waarop de score op de schaal past wordt gevonden na interpolatie. De score is een enkelvoudig getal (bijv. aantal goede antwoorden, totaalscore of aantal punten). De bijbehorende waarde is de interpolatie van de waarden bij de score. Dit type referentieschaal wordt gebruikt bij de ‘gewone’ puntentelling (resultaat = behaalde score / max score, voorbeeldschaal links) maar kan ook worden gebruikt bij een toets waarbij de gebruikte tijd telt: hoe langer, des te lager het resultaat (voorbeeldschaal rechts).
  • Expressie schaal: Formule om een resultaat te berekenen op basis van meerdere scores, bijvoorbeeld een puntentelling en tijdsduur en aantal herhalingen, te kunnen combineren naar een enkele waarde. De waarde is een aanduiding op de schaal.
Normeringsinterval.
wordt gebruikt bij Matching- en Interpolatieschalen om een (drempel)score op een (drempel)waarde te mappen. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. In het voorbeeld van de Matchingschaal hierboven is de drempelscore voor het eerste interval '10', voor het tweede interval '30', et cetera. De bijbehorende waarden zijn 'Beste 100%', respectievelijk 'Beste 80%', et cetera. Indien een score van 43 wordt behaald, is het bijbehorende best passende interval het interval dat begint bij score '30'. Bij de score past daarom de waarde 'Beste 80%'. Voor Interpolatieschalen worden normeringsintervallen op een soortgelijke manier toegepast, maar wordt na bepaling van het best passende normeringsinterval door interpolatie de precieze waarde op de schaal bepaald.
Toelichting schaal.
Tekst of url naar tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik.
Doel-betekenis (bij Toets).
Verzameling van gegevens die iets zeggen over de toets zelf.
  • Beoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect.
  • Gewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het gewicht van dit onderdeel.
  • Gevalideerd (ja, nee) en betrouwbaarheid: heeft de maker van de toets gevalideerd of de toets toetst wat hij zou moeten, en wat is het standaard betrouwbaarheidsintrval van de score van deze toets (indien beschikbaar).
  • Normeringseenheid: Url naar informatie over de referentiegroep of –doelen in relatie waartoe genormeerd is
  • Correctievoorschrift: Informatie over de wijze waarop de toets als geheel dient te worden beoordeeld
Doel-betekenis (bij Toetsonderdeel)
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf.
  • Correctievoorschrift: Informatie over de wijze waarop het toetsonderdeel als dient te worden beoordeeld
  • Gewicht van het toetsonderdeel: representeert het gewicht van dit onderdeel.

Elementcatalogus[bewerken]

Toets
Informatie over de structuur, inhoud en/of context van een toets om de ontwikkeling van de kennis en competenties van een onderwijsdeelnemer te volgen.
typelabelTypering van de toets. Voorbeelden zijn: Eindtoets, Examen en Examenvariant.
naamNaam van toets.
omschrijvingOmschrijving van toets.
urlUrl naar verdere informatie over toets.
versieVersie van toets.
doel-betekenisDoel en/of betekenis van de toets.
Toetscluster
Een verzameling samenhangende toetsen, bijvoorbeeld toetsen die dezelfde vaardigheid toetsen en waarvan resultaten onderling vergelijkbaar zijn.
idBetekenisloze identifier van toetscluster. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling.
typelabelTypering van toetscluster.
naamNaam van toetscluster.
Toetsleverancier
Organisatie of partij die een toets ter beschikking stelt.
idBetekenisloze identifier van toetsleverancier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling.
typelabelTypering van toetsleverancier.
naamNaam van toetsleverancier.
omschrijvingOmschrijving van toetsleverancier.
urlURL naar website van toetsleverancier
Toetscatalogus
Een verzameling samenhangende toetsen waarvan gebundelde publicatie belangrijk is.
typelabelTypering van toetscatalogus.
naamNaam van toetscatalogus. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling.
creatiedatumDatum waarop de informatie in toetscatalogus voor het eerst aangemaakt is.
mutatiedatumDatum waarop de informatie in toetscatalogus voor het laatst gewijzigd is.
Toetsonderdeel
Onderdeel van een toets.
typelabelTypering van het toetsonderdeel. Voorbeelden zijn: Onderdeel, Domein en Subdomein.
omschrijvingOmschrijving van toetsonderdeel.
doel-betekenisVerzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf.
volgnummerHet volgnummer van het toetsonderdeel binnen het grotere geheel (toets of toetsonderdeel).
Toetseenheid
Een toets of toetsonderdeel.
idBetekenisloze identifier van toetseenheid. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling.
creatiemomentDatum waarop de informatie in de toetseenheid voor het eerst aangemaakt is.
mutatiemomentDatum waarop de informatie in de toetseenheid voor het laatst gewijzigd is.
afnameconditieConditie aan afname van de toets.
Doel-betekenis
Informatie over het doel en/of betekenis van de toets zelf.
betrouwbaarheidHet standaard betrouwbaarheidsinterval van de score van deze toets (indien beschikbaar).
gebruikBeoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect
gevalideerdGeeft aan of de maker van de toets gevalideerd heeft of de toets toetst wat hij zou moeten.
gewichtGewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het het gewicht van de toets in het grotere geheel.
normeringseenheidUrl naar informatie over de te gebruiken normering en de referentiegroep of -doelen in relatie waartoe genormeerd is.
Doel-betekenis onderdeel
Informatie over het doel en/of betekenis van het toetsonderdeel zelf.
correctievoorschriftInformatie over de wijze waarop een toetsonderdeel dient te worden beoordeeld.
gewichtGewicht van het toetsonderdeel.
Curriculuminfo
Beschrijft de context van een informatieobject in kenmerken van het curriculum. Bijvoorbeeld de context van een toets opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin.
didactiekDidactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort dit aansluit.
leerdoelenGeeft aan bij welk leerdoel binnen het curriculum dit geplaatst kan worden.
leerjaarGeeft aan in welk leerjaar binnen het curriculum dit geplaatst kan worden.
niveauGeeft aan op welk niveau binnen of over het curriculum dit geplaatst kan worden.
vakGeeft aan bij welk vak of vakgebied binnen het curriculum dit geplaatst kan worden.
Afnameconditie
Beschrijft de context waarbinnen de afname van een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin.
typelabelAanduiding van het soort conditie. Voorbeelden zijn: Afnameperiode, Afnameduur, Examenregime en Hulpmiddelen.
waardeDe waarde waaraan de afname voor dit soort conditie moet voldoen (bijvoorbeeld: 30 minuten bij typelabel 'Afnameduur').
Referentieschaal
Instrument om scores te plaatsen op een schaal.
idBetekenisloze identifier van referentieschaal. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling.
typelabelTypering van de referentieschaal, die aangeeft welk type waarde de schaal oplevert.
maxscoreDe maximale score van de schaal.
minscoreDe minimale score van de schaal.
referentietoelichtingTekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik.
toelichting verwijzingUrl naar tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik.
Tweepuntsschaal
De ruwe score wordt vergeleken met de cesuur van deze schaal, en als de score lager is wordt waarde1 teruggegeven anders waarde2.
cesuurDe cesuur van de schaal.
waarde1Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score lager is dan de cesuur.
waarde2Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score hoger is dan of gelijk is aan de cesuur.
Matchingschaal
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, en het resultaat is de waarde van het matchende interval.
lijstMapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore.
Interpolatieschaal
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, waarbij de plek waarop de score op de schaal past wordt gevonden na interpolatie.
lijstMapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore.
Expressieschaal
Formule om een resultaat te berekenen op basis van meerdere scores, bijvoorbeeld een puntentelling en tijdsduur en aantal herhalingen, te kunnen combineren naar een enkele waarde. De waarde is een aanduiding op de schaal.
expressieExpressie (formule) die meerdere scores omzet in een waarde.
Normeringsinterval
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore.
drempelscoreDrempelscore die minimaal moet worden behaald om binnen dit interval te vallen.
waardeDe (start)waarde die behoort bij dit interval.