Eigenschap:DEFINITIE
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Type eigenschap
:
String
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstregel
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Toelichting op formulier
:
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:
Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:
A
Schaal van resultaat is de niveau aanduiding A-B-C-D-E van Cito. +
Scorewaarde is het aantal goed-gemaakte opgaven. +
Scorewaarde is het aantal gemaakte opgaven. +
De vaste tijdsduur van de toetsafname (in minuten). +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke toetsafname. +
Medewerker is afnameleider bij toetsafname. +
De tijdsperiode waarbinnen de toetsafname plaatsvindt. +
Scorewaarde is de behaalde score (het aantal scorepunten). +
Identifier is de instellingscode van de instellingserkenning én de vestigingscode van de vestigingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is de instellingscode van de instellingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is vestigingscode van de vestigingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is het BSN van de persoon. +
De vroegste begintijd van de toetsafname. +
Scorewaarde is de benodigde tijdsduur. +
Medewerker is beoordelaar bij toetsafname. +
Medewerker is corrector/beoordelaar van antwoorden bij toetsafname. +
Schaal van resultaat is de aanduiding volgens Didactische Leeftijd Equivalent (DLE). +
Medewerker is docent van leerlingen/studenten. +
Domein van toets/examen. +
Doorstroomtoets zoals in het po in gebruik sinds 2024. +
Identifier is het ECK-ID van de persoon. +
Schaal van resultaat is het taalcompententieniveau volgens het Europees ReferentieKader voor MVT (moderne vreemde talen); het ERK onderscheidt 6 taalcompententieniveaus: van beginner tot near-native (A1 t/m C2). +
Examen. +
Resultaatwaarde is het eindcijfer van het examen (getal vanaf 0.0 tot en met 10.0, met 1 decimaal). +
Schaal van resultaat is het eindcijfer van het examen (getal vanaf 0.0 tot en met 10.0, met 1 decimaal). +
Deelnemer aan het examen. +
Identifier is code van de locatie/ruimte waar de examenafname plaatsvindt. +
Het examenregime waartoe toets/examen behoort. +
Scorewaarde is de behaalde score bij het examen. +
Examenvariant met eigen schaallengte (maximumscore) en normeringsgetal (correctiefactor). +
Resultaatwaarde is de beoordeling Goed, Voldoende of Onvoldoende (GVO). +
Schaal van resultaat is de niveau aanduiding I-II-III-IV-V van Cito. +
Aanduiding of toets/examen wel of niet (nog niet of niet meer) inplanbaar is. +
Identifier is het LAS-key van de leerling, d.w.z. sleutel door LAS (Leerling Administratie Systeem) uitgegeven en beheerd. +
Leerjaar 1 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 2 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 3 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 4 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 5 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 6 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 7 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 8 van opleiding/onderwijs. +
Medewerker is leerkracht van leerlingen. +
Onderwijsdeelnemer in po en vo. +
Identifier is het leerlingnummer van de leerling. +
De scores en resultaten van de leerling. +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke les. +
Onderdeel van toets/examen. +
Schaal van resultaat is het onderwijsniveau dat past bij de leerling/student o.b.v. behaalde score. +
Identifier is het onderwijsnummer van de leerling/student. +
Medewerker is werkzaam bij de onderwijsorganisatie ter ondersteuning van het onderwijs. +
Scorewaarde is de behaalde ontwikkelscore. +
Schaal van resultaat is de percentielscore volgens de indeling van de toetsscores in gelijke percentielen; de percentielscore van een toetsdeelnemer (leerling/student) is het percentagegetal dat aangeeft hoeveel procent van de toetsdeelnemers de door deze deelnemer behaalde toetsscore, of een lagere score, heeft behaald. +
Resultaatwaarde is de percentielscore volgens de indeling van de toetsscores in gelijke percentielen; de percentielscore van een toetsdeelnemer (leerling/student) is het percentagegetal dat aangeeft hoeveel procent van de toetsdeelnemers de door deze deelnemer behaalde toetsscore, of een lagere score, heeft behaald. +
Identifier is de code van de onderwijsaanbieder binnen RIO registratie. +
Identifier is de code van het onderwijsbestuur binnen RIO registratie. +
Identifier is de code van de onderwijsgroep binnen RIO registratie. +
Identifier is code van onderwijslocatie binnen RIO registratie. +
Resultaatwaarde is het referentieniveau Taal of Rekenen volgens Meijerink, zoals 1F. +
Schaal van resultaat is het referentieniveau Taal of Rekenen volgens Meijerink, zoals 1F en 4S. +
Identifier is het SIS-ID van de student, d.w.z. sleutel/code door het SIS (Student Informatie Systeem) uitgegeven en beheerd. +
Resultaatwaarde is het schoolcijfer (getal vanaf 0 tot en met 10). +
Schaal van resultaat is het schoolcijfer (getal vanaf 0 tot en met 10). +
Identifier is de sleutel/code van de school. +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke stamgroep/mentorgroep/studiegroep. +
Onderwijsdeelnemer in mbo en ho. +
Identifier is het studentnummer van de student. +
De scores en resultaten van de student. +
Subdomein binnen domein van toets/examen. +
Medewerker is surveillant bij toetsafname. +
De individuele hulpmiddelen die zijn toegestaan bij toets/examen. +
Resultaatwaarde is het advies dat volgt uit de behaalde score voor de toets. +
De scores en resultaten van de toetsafname. +
Deelnemer aan de toets. +
Identifier is sleutel/code van de locatie/ruimte waar de toetsafname plaatsvindt. +
De scores en resultaten behaald bij de toets. +
Scorewaarde is .de toetsscore voor de toets. +
Scorewaarde is de behaalde vaardigheidsscore. +
URL naar aanvullende informatie over de resultaten. +
URL naar aanvullende informatie over de resultaten. +
Achternaam van de onderwijsdeelnemer. +
Achternaam van de medewerker. +
Achternaam van medewerker. +
Achternaam inclusief voorvoegsel van onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven wordt. +
Achternaam van onderwijsdeelnemer. +
Conditie aan afname van de toets. +
Datum en tijdstip waarop de afname plaatsvond. +
Datum en tijdstip waarop de afname gaat plaatsvinden. +
Informatie over de afnameplanning van groep. +
Soort van afname dat gaat plaatsvinden. +
Datum en tijdstip waarop de afname plaatsvond. +
E-mailadres van de medewerker. +
Het standaard betrouwbaarheidsinterval van de score van deze toets (indien beschikbaar). +
Het standaard betrouwbaarheidsinterval van de score van deze toets (indien beschikbaar). +
De cesuur van de schaal. +
De cesuur van de schaal. +
Contactinformatie van medewerker. +
Contactinformatie van onderwijsdeelnemer. +
Informatie over de wijze waarop een toetsonderdeel dient te worden beoordeeld. +
Informatie over de wijze waarop een toetsonderdeel dient te worden beoordeeld. +
Datum waarop de informatie in toetscatalogus voor het eerst aangemaakt is. +
Moment waarop de score voor het eerst aangemaakt is. +
Datum en tijdstip waarop het overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de informatie over medewerker voor het eerst aangemaakt is. +
Moment waarop het resultaat voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de informatie in de toetseenheid voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de groep voor het eerst aangemaakt is. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores is voor het eerst is aangemaakt. +
Datum waarop de informatie over deelnemer voor het eerst aangemaakt is. +
Beschrijft de context waarbinnen een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores is samengesteld. +
Datum en tijdstip waarop het overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers is aangemaakt. +
Demografische informatie van onderwijsdeelnemer. +
Didactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort deze toets het beste aansluit. +
Didactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort dit aansluit. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf. +
Doel en/of betekenis van de toets. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf. +
Drempelscore die minimaal moet worden behaald om binnen dit interval te vallen. +
Drempelscore die minimaal moet worden behaald om binnen dit interval te vallen. +
E-mailadres waarop een persoon bereikbaar is. +
E-mailadres waarop een persoon bereikbaar is. +
Expressie (formule) die meerdere scores omzet in een waarde. +
Expressie (formule) die meerdere scores omzet in een waarde. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Omschrijving van de toets. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens over de score. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens over de score. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Informatie over waar de onderwijsvolger staat ten opzichte van de leerdoelen. +
Informatie over waar de onderwijsvolger staat ten opzichte van de leerdoelen. +
Geboortedatum van persoon. +
Beoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect +
Beoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect +
Gebruikersnaam van persoon om toegang tot het systeem te krijgen. +
Geslacht van persoon. +
Geeft aan of de maker van de toets gevalideerd heeft of de toets toetst wat hij zou moeten. +
Geeft aan of de maker van de toets gevalideerd heeft of de toets toetst wat hij zou moeten. +
Gewicht van het toetsonderdeel. +
Gewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het het gewicht van de toets in het grotere geheel. +
Gewicht van het toetsonderdeel. +
Gewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het het gewicht van de toets in het grotere geheel. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van medewerker. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van afname. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van score. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetseenheid. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van onderwijsdeelnemer. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetsleverancier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van gegevensverzameling. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van rol. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van groep. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetscluster. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van referentieschaal. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Identificerend kenmerk van onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven wordt, bijvoorbeeld studentnummer. +
De leerdoelen die de toets of het onderdeel afdekt. +
Geeft aan bij welk leerdoel binnen het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Geeft aan waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden. +
Geeft aan in welk leerjaar binnen het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
De maximale score van de schaal. +
De maximale score van de schaal. +
De minimale score van de schaal. +
De minimale score van de schaal. +
Moment waarop het resultaat voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over de medewerker voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de groep voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop de score voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over de deelnemer voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie in toetscatalogus voor het laatst gewijzigd is. +
Datum en tijdstip waarop de gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers voor het laatst gewijzigd is. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores voor het laatst is gewijzigd. +
Datum waarop de informatie over deelnemer voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over medewerker voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop het resultaat voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie in de toetseenheid voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de groep voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop de score voor het laatst gewijzigd is. +
Naam van de rol. +
Naam van het toetscluster +
Naam van de toetsleverancier. +
Naam van de toets. +
Naam van toetsleverancier. +
Naam van toetscluster. +
Naam van rol. +
Naam van toets. +
Naam van toetscatalogus. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Geeft aan waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden. +
Aanduiding van het onderwijsniveau, bijvoorbeeld 'groep 3', 'havo', of 'onderbouw'. +
Geeft aan op welk niveau binnen of over het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Url naar informatie over de te gebruiken normering en de referentiegroep of -doelen in relatie waartoe genormeerd is. +
Url naar informatie over de te gebruiken normering en de referentiegroep of -doelen in relatie waartoe genormeerd is. +
Omschrijving van de toetsleverancier. +
Omschrijving van de groep. +
Omschrijving van de rol. +
Omschrijving van de toets. +
Omschrijving van het toetsonderdeel. +
Omschrijving van groep. +
Omschrijving van toetsleverancier. +
Omschrijving van rol. +
Omschrijving van toets. +
Omschrijving van toetsonderdeel. +
URL naar het afnameprotocol. +
URL naar het afnameprotocol. +
Tekstuele weergave van het afnameprotocol. +
Tekstuele weergave van het afnameprotocol. +
Tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Typering van identiteitssleutel van persoon (in registratieID) door benoemen van register/registratie. Voorbeelden zijn: ECK-iD en LAS-key. +
Typering van identiteitssleutel van onderwijsorganisatie (in registratieID) door benoemen van betreffende register/registratie. Voorbeelden zijn: BRIN Instellingscode, RIO Onderwijsaanbieder, RIO Onderwijsbestuur of een bepaalde domeinspecifieke registratie. +
Typering van identiteitssleutel van onderwijslocatie (in registratieID) door benoemen van register/registratie. Voorbeelden zijn: BRIN Vestigingscode, RIO Onderwijslocatie, of een bepaalde domeinspecifieke registratie. +
identiteitssleutel binnen de door registratie aangegeven register/registratie van onderwijslocaties. +
identiteitssleutel van persoon binnen de door registratie aangegeven register/registratie van personen. +
identiteitssleutel van organisatie binnen de door registratie aangegeven register/registratie van onderwijsorganisaties. +
Aanduiding van de partij die de resultaten verwerkt. +
Aanduiding van de partij die de resultaten verwerkt. +
Roepnaam van de medewerker. +
Roepnaam van de onderwijsdeelnemer. +
Roepnaam van medewerker. +
Roepnaam van onderwijsdeelnemer. +
Schooljaar waarop de verzameling scores en resultaten betrekking heeft. +
Aanduiding van de status van de score. +
Aanduiding van de status van de score. +
Informatie over systeemtoegang van onderwijsdeelnemer. +
Url naar tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Aanduiding voor het type onderwijsniveau, bijvoorbeeld 'jaargroep', 'examenniveau', of 'boven/onderbouw'. +
Typering van het toetsonderdeel. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de toets. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de score, bijvoorbeeld 'afnamescore', 'aantalgoed', 'aantalopgaven', 'aantalgelezen', 'benodigdetijd', etc. +
Typering van de referentieschaal, die aangeeft welk type waarde de schaal oplevert. +