Eigenschap:DEFINITIE
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Type eigenschap
:
String
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstregel
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Toelichting op formulier
:
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:
Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:
A
Schaal van resultaat is de niveau aanduiding A-B-C-D-E van Cito. +
Scorewaarde is het aantal goed-gemaakte opgaven. +
Scorewaarde is het aantal gemaakte opgaven. +
De vaste tijdsduur van de toetsafname (in minuten). +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke toetsafname. +
Medewerker is afnameleider bij toetsafname. +
De tijdsperiode waarbinnen de toetsafname plaatsvindt. +
Scorewaarde is de behaalde score (het aantal scorepunten). +
Identifier is de instellingscode van de instellingserkenning én de vestigingscode van de vestigingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is de instellingscode van de instellingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is vestigingscode van de vestigingserkenning zoals in BRIN geregistreerd. +
Identifier is het BSN van de persoon. +
De vroegste begintijd van de toetsafname. +
Scorewaarde is de benodigde tijdsduur. +
Medewerker is beoordelaar bij toetsafname. +
Medewerker is corrector/beoordelaar van antwoorden bij toetsafname. +
Schaal van resultaat is de aanduiding volgens Didactische Leeftijd Equivalent (DLE). +
Medewerker is docent van leerlingen/studenten. +
Domein van toets/examen. +
Doorstroomtoets zoals in het po in gebruik sinds 2024. +
Identifier is het ECK-ID van de persoon. +
Schaal van resultaat is het taalcompententieniveau volgens het Europees ReferentieKader voor MVT (moderne vreemde talen); het ERK onderscheidt 6 taalcompententieniveaus: van beginner tot near-native (A1 t/m C2). +
Examen. +
Resultaatwaarde is het eindcijfer van het examen (getal vanaf 0.0 tot en met 10.0, met 1 decimaal). +
Schaal van resultaat is het eindcijfer van het examen (getal vanaf 0.0 tot en met 10.0, met 1 decimaal). +
Deelnemer aan het examen. +
Identifier is code van de locatie/ruimte waar de examenafname plaatsvindt. +
Het examenregime waartoe toets/examen behoort. +
Scorewaarde is de behaalde score bij het examen. +
Examenvariant met eigen schaallengte (maximumscore) en normeringsgetal (correctiefactor). +
Resultaatwaarde is de beoordeling Goed, Voldoende of Onvoldoende (GVO). +
Schaal van resultaat is de niveau aanduiding I-II-III-IV-V van Cito. +
Aanduiding of toets/examen wel of niet (nog niet of niet meer) inplanbaar is. +
Identifier is het LAS-key van de leerling, d.w.z. sleutel door LAS (Leerling Administratie Systeem) uitgegeven en beheerd. +
Leerjaar 1 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 2 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 3 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 4 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 5 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 6 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 7 van opleiding/onderwijs. +
Leerjaar 8 van opleiding/onderwijs. +
Medewerker is leerkracht van leerlingen. +
Onderwijsdeelnemer in po en vo. +
Identifier is het leerlingnummer van de leerling. +
De scores en resultaten van de leerling. +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke les. +
Onderdeel van toets/examen. +
Schaal van resultaat is het onderwijsniveau dat past bij de leerling/student o.b.v. behaalde score. +
Identifier is het onderwijsnummer van de leerling/student. +
Medewerker is werkzaam bij de onderwijsorganisatie ter ondersteuning van het onderwijs. +
Scorewaarde is de behaalde ontwikkelscore. +
Schaal van resultaat is de percentielscore volgens de indeling van de toetsscores in gelijke percentielen; de percentielscore van een toetsdeelnemer (leerling/student) is het percentagegetal dat aangeeft hoeveel procent van de toetsdeelnemers de door deze deelnemer behaalde toetsscore, of een lagere score, heeft behaald. +
Resultaatwaarde is de percentielscore volgens de indeling van de toetsscores in gelijke percentielen; de percentielscore van een toetsdeelnemer (leerling/student) is het percentagegetal dat aangeeft hoeveel procent van de toetsdeelnemers de door deze deelnemer behaalde toetsscore, of een lagere score, heeft behaald. +
Identifier is de code van de onderwijsaanbieder binnen RIO registratie. +
Identifier is de code van het onderwijsbestuur binnen RIO registratie. +
Identifier is de code van de onderwijsgroep binnen RIO registratie. +
Identifier is code van onderwijslocatie binnen RIO registratie. +
Resultaatwaarde is het referentieniveau Taal of Rekenen volgens Meijerink, zoals 1F. +
Schaal van resultaat is het referentieniveau Taal of Rekenen volgens Meijerink, zoals 1F en 4S. +
Identifier is het SIS-ID van de student, d.w.z. sleutel/code door het SIS (Student Informatie Systeem) uitgegeven en beheerd. +
Resultaatwaarde is het schoolcijfer (getal vanaf 0 tot en met 10). +
Schaal van resultaat is het schoolcijfer (getal vanaf 0 tot en met 10). +
Identifier is de sleutel/code van de school. +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers, gegroepeerd o.b.v. gemeenschappelijke stamgroep/mentorgroep/studiegroep. +
Onderwijsdeelnemer in mbo en ho. +
Identifier is het studentnummer van de student. +
De scores en resultaten van de student. +
Subdomein binnen domein van toets/examen. +
Medewerker is surveillant bij toetsafname. +
De individuele hulpmiddelen die zijn toegestaan bij toets/examen. +
Resultaatwaarde is het advies dat volgt uit de behaalde score voor de toets. +
De scores en resultaten van de toetsafname. +
Deelnemer aan de toets. +
Identifier is sleutel/code van de locatie/ruimte waar de toetsafname plaatsvindt. +
De scores en resultaten behaald bij de toets. +
Scorewaarde is .de toetsscore voor de toets. +
Scorewaarde is de behaalde vaardigheidsscore. +
URL naar aanvullende informatie over de resultaten. +
URL naar aanvullende informatie over de resultaten. +
Achternaam van de onderwijsdeelnemer. +
Achternaam van de medewerker. +
Achternaam van medewerker. +
Achternaam inclusief voorvoegsel van onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven wordt. +
Achternaam van onderwijsdeelnemer. +
Conditie aan afname van de toets. +
Datum en tijdstip waarop de afname plaatsvond. +
Datum en tijdstip waarop de afname gaat plaatsvinden. +
Informatie over de afnameplanning van groep. +
Soort van afname dat gaat plaatsvinden. +
Datum en tijdstip waarop de afname plaatsvond. +
E-mailadres van de medewerker. +
Het standaard betrouwbaarheidsinterval van de score van deze toets (indien beschikbaar). +
Het standaard betrouwbaarheidsinterval van de score van deze toets (indien beschikbaar). +
De cesuur van de schaal. +
De cesuur van de schaal. +
Contactinformatie van medewerker. +
Contactinformatie van onderwijsdeelnemer. +
Informatie over de wijze waarop een toetsonderdeel dient te worden beoordeeld. +
Informatie over de wijze waarop een toetsonderdeel dient te worden beoordeeld. +
Datum waarop de informatie in toetscatalogus voor het eerst aangemaakt is. +
Moment waarop de score voor het eerst aangemaakt is. +
Datum en tijdstip waarop het overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de informatie over medewerker voor het eerst aangemaakt is. +
Moment waarop het resultaat voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de informatie in de toetseenheid voor het eerst aangemaakt is. +
Datum waarop de groep voor het eerst aangemaakt is. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores is voor het eerst is aangemaakt. +
Datum waarop de informatie over deelnemer voor het eerst aangemaakt is. +
Beschrijft de context waarbinnen een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores is samengesteld. +
Datum en tijdstip waarop het overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers is aangemaakt. +
Demografische informatie van onderwijsdeelnemer. +
Didactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort deze toets het beste aansluit. +
Didactische vorm: informatie over bij welke leerstrategie, werkvorm, verschijningsvorm enzovoort dit aansluit. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf. +
Doel en/of betekenis van de toets. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf. +
Drempelscore die minimaal moet worden behaald om binnen dit interval te vallen. +
Drempelscore die minimaal moet worden behaald om binnen dit interval te vallen. +
E-mailadres waarop een persoon bereikbaar is. +
E-mailadres waarop een persoon bereikbaar is. +
Expressie (formule) die meerdere scores omzet in een waarde. +
Expressie (formule) die meerdere scores omzet in een waarde. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Omschrijving van de toets. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens over de score. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens over de score. +
Optionele uitbreiding met extra gegevens. +
Informatie over waar de onderwijsvolger staat ten opzichte van de leerdoelen. +
Informatie over waar de onderwijsvolger staat ten opzichte van de leerdoelen. +
Geboortedatum van persoon. +
Beoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect +
Beoogd gebruik: oefening, formatief, summatief, civiel effect +
Gebruikersnaam van persoon om toegang tot het systeem te krijgen. +
Geslacht van persoon. +
Geeft aan of de maker van de toets gevalideerd heeft of de toets toetst wat hij zou moeten. +
Geeft aan of de maker van de toets gevalideerd heeft of de toets toetst wat hij zou moeten. +
Gewicht van het toetsonderdeel. +
Gewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het het gewicht van de toets in het grotere geheel. +
Gewicht van het toetsonderdeel. +
Gewicht van de toets: Als de toets onderdeel is van een groter geheel, representeert het het gewicht van de toets in het grotere geheel. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van medewerker. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van afname. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van score. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetseenheid. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van onderwijsdeelnemer. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetsleverancier. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van gegevensverzameling. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van rol. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van groep. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van toetscluster. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Betekenisloze identifier van referentieschaal. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Identificerend kenmerk van onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven wordt, bijvoorbeeld studentnummer. +
De leerdoelen die de toets of het onderdeel afdekt. +
Geeft aan bij welk leerdoel binnen het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Geeft aan waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden. +
Geeft aan in welk leerjaar binnen het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
De maximale score van de schaal. +
De maximale score van de schaal. +
De minimale score van de schaal. +
De minimale score van de schaal. +
Moment waarop het resultaat voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over de medewerker voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de groep voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop de score voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over de deelnemer voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie in toetscatalogus voor het laatst gewijzigd is. +
Datum en tijdstip waarop de gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers voor het laatst gewijzigd is. +
Datum en tijdstip waarop de verzameling resultaten en scores voor het laatst is gewijzigd. +
Datum waarop de informatie over deelnemer voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie over medewerker voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop het resultaat voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de informatie in de toetseenheid voor het laatst gewijzigd is. +
Datum waarop de groep voor het laatst gewijzigd is. +
Moment waarop de score voor het laatst gewijzigd is. +
Naam van de rol. +
Naam van het toetscluster +
Naam van de toetsleverancier. +
Naam van de toets. +
Naam van toetsleverancier. +
Naam van toetscluster. +
Naam van rol. +
Naam van toets. +
Naam van toetscatalogus. Minimaal uniek binnen de scope van een gegevensuitwisseling. +
Geeft aan waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden. +
Aanduiding van het onderwijsniveau, bijvoorbeeld 'groep 3', 'havo', of 'onderbouw'. +
Geeft aan op welk niveau binnen of over het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Url naar informatie over de te gebruiken normering en de referentiegroep of -doelen in relatie waartoe genormeerd is. +
Url naar informatie over de te gebruiken normering en de referentiegroep of -doelen in relatie waartoe genormeerd is. +
Omschrijving van de toetsleverancier. +
Omschrijving van de groep. +
Omschrijving van de rol. +
Omschrijving van de toets. +
Omschrijving van het toetsonderdeel. +
Omschrijving van groep. +
Omschrijving van toetsleverancier. +
Omschrijving van rol. +
Omschrijving van toets. +
Omschrijving van toetsonderdeel. +
URL naar het afnameprotocol. +
URL naar het afnameprotocol. +
Tekstuele weergave van het afnameprotocol. +
Tekstuele weergave van het afnameprotocol. +
Tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Typering van identiteitssleutel van persoon (in registratieID) door benoemen van register/registratie. Voorbeelden zijn: ECK-iD en LAS-key. +
Typering van identiteitssleutel van onderwijsorganisatie (in registratieID) door benoemen van betreffende register/registratie. Voorbeelden zijn: BRIN Instellingscode, RIO Onderwijsaanbieder, RIO Onderwijsbestuur of een bepaalde domeinspecifieke registratie. +
Typering van identiteitssleutel van onderwijslocatie (in registratieID) door benoemen van register/registratie. Voorbeelden zijn: BRIN Vestigingscode, RIO Onderwijslocatie, of een bepaalde domeinspecifieke registratie. +
identiteitssleutel binnen de door registratie aangegeven register/registratie van onderwijslocaties. +
identiteitssleutel van persoon binnen de door registratie aangegeven register/registratie van personen. +
identiteitssleutel van organisatie binnen de door registratie aangegeven register/registratie van onderwijsorganisaties. +
Aanduiding van de partij die de resultaten verwerkt. +
Aanduiding van de partij die de resultaten verwerkt. +
Roepnaam van de medewerker. +
Roepnaam van de onderwijsdeelnemer. +
Roepnaam van medewerker. +
Roepnaam van onderwijsdeelnemer. +
Schooljaar waarop de verzameling scores en resultaten betrekking heeft. +
Aanduiding van de status van de score. +
Aanduiding van de status van de score. +
Informatie over systeemtoegang van onderwijsdeelnemer. +
Url naar tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Aanduiding voor het type onderwijsniveau, bijvoorbeeld 'jaargroep', 'examenniveau', of 'boven/onderbouw'. +
Typering van het toetsonderdeel. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de toets. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de score, bijvoorbeeld 'afnamescore', 'aantalgoed', 'aantalopgaven', 'aantalgelezen', 'benodigdetijd', etc. +
Typering van de referentieschaal, die aangeeft welk type waarde de schaal oplevert. +
Typering van de medewerker. +
Typering van het resultaat. +
Vocabulairegebonden aanduiding van de rol. +
Vocabulairegebaseerde aanduiding van het gebruikte type identiteitssleutel. +
Typering van het toetscluster. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de groep. +
Typering van het gebruikte onderwijsaanbiederID: BRIN, RIO, of een bepaalde domeinspecifieke registratie. +
Aanduiding van het soort conditie (bijvoorbeeld: 'uiterste starttijd', 'locatie', 'uiterste einddatum'). +
Typering van de toetsleverancier. Partijen maken afspraken over de verschillende labels die gebruikt mogen worden en leggen deze afspraken vast in de vorm van vocabulaires. +
Typering van de onderwijsdeelnemer. +
Typering van medewerker. Voorbeelden zijn Afnameleider en Leerkracht. +
Typering van deze gegevensverzameling. +
Typering van toetscluster. +
Typering van de referentieschaal, die aangeeft welk type waarde de schaal oplevert. +
Typering van de toets. Voorbeelden zijn: Eindtoets, Examen en Examenvariant. +
Typering van gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. Voorbeelden zijn Deelnemerslijst en Afnameplanning. +
Typering van groep. Voorbeelden zijn Stamgroep, Afnamegroep, Samengestelde groep en Lesgroep. +
Typering van toetscatalogus. +
Typering van rol. +
Aanduiding van het soort conditie. Voorbeelden zijn: Afnameperiode, Afnameduur, Examenregime en Hulpmiddelen. +
Typering van score, bijvoorbeeld Afnamescore (Aantalpunten), Aantalgoed en Benodigdetijd. +
Typering van onderwijsdeelnemer. Voorbeelden zijn Toetsdeelnemer, Examenkandidaat en Leerling. +
Typering van toetsleverancier. +
Typering van resultaat. +
Typering van het toetsonderdeel. Voorbeelden zijn: Onderdeel, Domein en Subdomein. +
URL naar de (detail)resultaten, waarmee de verwerker van de resultaten inzicht kan verlenen in de gedetailleerde scores. +
Url naar verdere informatie over de toets. +
Url naar de website van de toetsleverancier +
URL naar website van toetsleverancier +
URL naar de (detail)resultaten, waarmee de verwerker van de resultaten inzicht kan verlenen in de gedetailleerde scores. +
Url naar verdere informatie over toets. +
Geeft aan waar in een opleiding de toets geplaatst kan worden. +
Geeft aan bij welk vak of vakgebied binnen het curriculum dit geplaatst kan worden. +
Versie van de verzameling scores en resultaten. +
Versie van de toets. +
Versie van het overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. +
Versie van de verzameling scores en resultaten. +
Versie van toets. +
Versie van gegevensbundel met overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. +
Verwerkingsvlag die aangeeft hoe scores en resultaten uit deze nieuwe versie verwerkt moet worden ten opzichte van scores en resultaten uit eerdere versies. +
Verwerkingsvlag die aangeeft hoe scores en resultaten uit deze nieuwe versie verwerkt moet worden ten opzichte van scores en resultaten uit eerdere versies. +
Url naar tekst met nadere uitleg over de herkomst van de referentieschaal en wijze van presentatie of gebruik. +
Het volgnummer van het toetsonderdeel binnen het grotere geheel (toets of toetsonderdeel). +
Voorletters van persoon. +
Voornamen van persoon. +
Voornamen van onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven wordt. +
Voorvoegsel bij de achternaam van de onderwijsdeelnemer. +
Voorvoegsel bij de achternaam van de medewerker. +
Voorvoegsel bij de achternaam van medewerker. +
Voorvoegsel bij de achternaam van onderwijsdeelnemer. +
Identifier binnen de door het label aangegeven registratie van onderwijsorganisaties. +
Identifier binnen de door het label aangegeven identificatiewijze. +
De behaalde resultaatwaarde. +
De (start)waarde die behoort bij dit interval. +
De behaalde scorewaarde. +
De waarde waaraan de afname voor deze conditie moet voldoen (bijvoorbeeld: 12:00 bij label 'uiterste starttijd'). +
De behaalde scorewaarde. +
De waarde waaraan de afname voor dit soort conditie moet voldoen (bijvoorbeeld: 30 minuten bij typelabel 'Afnameduur'). +
De behaalde resultaatwaarde. +
De (start)waarde die behoort bij dit interval. +
Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score lager is dan de cesuur. +
Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score lager is dan de cesuur. +
Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score hoger is dan of gelijk is aan de cesuur. +
Beoordeling wanneer de behaalde ruwe score hoger is dan of gelijk is aan de cesuur. +
Wachtwoord bij gebruikersnaam van persoon om toegang tot het systeem te krijgen. +
Kenmerken van onderwijsdeelnemer die op het scherm worden weergegeven ter controle van de persoonsidentiteit. +
E
Lijst van soorten van afnamecondities dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van deelnemersoorten om een onderwijsdeelnemer te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van groepssoorten om een groep van leerlingen te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van leerjaren dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van registraties om een specifieke onderwijslocatie te identificeren dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van medewerkersoorten om een medewerker in een onderwijsorganisatie te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van medewerkersoorten om een medewerker in een onderwijsorganisatie te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van registraties om een specifieke onderwijsorganisatie te identificeren dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van registraties om een specifiek persoon te identificeren dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van schaalsoorten om een referentieschaal te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van resultaatsoorten om een resultaat te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van soorten om een score/resultaat te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van scoresoorten om een score te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van toetssoorten om een toets te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van soorten om een toetsonderdeel te duiden dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
G
Beschrijft de context waarbinnen een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Beschrijft de context waarbinnen de afname van een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Informatie over de planning van de toetsafname van een groep deelnemers. +
Gegevens over de wijze waarop een persoon bereikbaar is. +
Informatie over de wijze waarop een persoon bereikbaar is. +
Beschrijft de context waarbinnen een toets plaatsvindt, opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Demografische informatie van een persoon, zoals geslacht en/of geboortedatum. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over de toets zelf. +
Informatie over het doel en/of betekenis van de toets zelf. +
Verzameling van gegevens die iets zeggen over het toetsonderdeel zelf. +
Informatie over het doel en/of betekenis van het toetsonderdeel zelf. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Mapt een (drempel)score op een (drempel)waarde. Bij vergelijking van een score met een reeks normeringsintervallen wordt gebruik gemaakt van het passende normeringsinterval met de hoogste drempelscore. +
Informatie over systeemtoegang van een persoon. Bijvoorbeeld inlognaam/gebruikersnaam, wachtwoord en weergavekenmerken. +
Kenmerken over de onderwijsdeelnemer die (alleen) op het scherm weergegeven worden. +
Gegevensgroep voor waarde volgens typering (code) uit vocabulaire (waardelijst). +
I
Alle conceptueel/logische informatiemodellen t.b.v. gegevensuitwisselingen in het onderwijs. +
O
Gegevens over de wijze waarop het resultaat tot stand is gekomen. Elke afname heeft een eigen id. +
Informatie over de wijze waarop het resultaat tot stand is gekomen. Elke afname heeft een eigen id. +
Informatie over de plek, tijd en wijze waarop de toets is afgenomen. +
Informatie over de plek, tijd en wijze waarop de toets is afgenomen. +
URL die verwijst naar (detail)informatie in het systeem van de toetsleverancier. +
URL die verwijst naar (detail)informatie in het systeem van de toetsleverancier. +
Beschrijft de context van een informatieobject in kenmerken van het curriculum. Bijvoorbeeld de context van een toets opdat de resultaten van de toets kunnen worden geïnterpreteerd in educatieve zin. +
Verzameltype voor scores en resultaten uit afnames voor een enkele afname van toetsen, oefeningen en examens. +
Informatie over de individuele scores en resultaten uit afnames voor een enkele afname van toetsen, oefeningen en examens. +
Overzicht van deelnemers, groepen en/of medewerkers. +
Formule om een resultaat te berekenen op basis van meerdere scores, bijvoorbeeld een puntentelling en tijdsduur en aantal herhalingen, te kunnen combineren naar een enkele waarde. De waarde is een aanduiding op de schaal. +
Formule om een resultaat te berekenen op basis van meerdere scores, bijvoorbeeld een puntentelling en tijdsduur en aantal herhalingen, te kunnen combineren naar een enkele waarde. De waarde is een aanduiding op de schaal. +
Verzameling van scores bij een toetsonderdeel. +
Groep onderwijsdeelnemers en/of medewerkers. +
Verzameling van groepen. +
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, waarbij de plek waarop de score op de schaal past wordt gevonden na interpolatie. +
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, waarbij de plek waarop de score op de schaal past wordt gevonden na interpolatie. +
Verwijzing naar onderwijslocatie in de vorm van een identificatiesleutel van deze locatie in een bepaalde registratie. +
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, en het resultaat is de waarde van het matchende interval. +
De score wordt vergeleken met een reeks normeringsintervallen, en het resultaat is de waarde van het matchende interval. +
Informatie over een medewerker van een onderwijsinstelling. +
Verzameling van medewerkers. +
Individu die deelneemt aan onderwijs. +
Informatie over een individu die deelneemt aan onderwijs. +
Verzameling van onderwijsdeelnemers. +
Het onderwijsniveau van een individuele onderwijsdeelnemer of groep van onderwijsdeelnemers. +
Verwijzing naar informatie over de onderwijsorganisatie in de vorm van een identifier van de onderwijsorganisatie in een bepaalde registratie. +
Verzameling van deelnemers, groepen en/of medewerkers van een onderwijsorganisatie. +
Verwijzing naar onderwijsorganisatie in de vorm van een identificatiesleutel van deze onderwijsorganisatie in een bepaalde registratie. +
Verwijzing naar persoon in de vorm van een identificatiesleutel van deze persoon in een bepaalde registratie. +
Verwijzing naar informatie over de persoon in de vorm van een identifier van de persoon in een bepaalde registratie. +
Instrument om scores te plaatsen op een schaal. +
Instrument om scores te plaatsen op een schaal. +
Resultaat bepaald na normering van de ruwe scores. +
Resultaat bepaald na normering van de ruwe scores. +
Verzameling van resultaten. +
De rol die een medewerker vervult. +
Rol die medewerker vervult. +
Een individuele score. +
Een individuele score. +
Verzameling van scores van de kandidaat bij de afname. Kan eenvoudige score bevatten (afnamescore) en complexe meerledige scores. +
Materiaal dat gebruikt wordt bij het bepalen van de voortgang in ontwikkeling van de kennis en competenties van een onderwijsvolger. +
Informatie over de structuur, inhoud en/of context van een toets om de ontwikkeling van de kennis en competenties van een onderwijsdeelnemer te volgen. +
Een verzameling samenhangende toetsen waarvan gebundelde publicatie belangrijk is. +
Een verzameling samenhangende toetsen +
Een verzameling samenhangende toetsen, bijvoorbeeld toetsen die dezelfde vaardigheid toetsen en waarvan resultaten onderling vergelijkbaar zijn. +
Een toets of toetsonderdeel. +
Een toets of toetsonderdeel. +
Partij die een toets ter beschikking stelt. +
Organisatie of partij die een toets ter beschikking stelt. +
Een onderdeel van een toets. +
Onderdeel van een toets. +
De ruwe score wordt vergeleken met de cesuur van deze schaal, en als de score lager is wordt waarde1 teruggegeven anders waarde2. +
De ruwe score wordt vergeleken met de cesuur van deze schaal, en als de score lager is wordt waarde1 teruggegeven anders waarde2. +
P
Datum datatype. +
Een verwijzing naar de identificatie van een ander object binnen de AMIGO dataspecificatie, opgeslagen als een CharacterString. (foreign key). +
Uniform Resource Locator: gestructureerde naam die verwijst naar een stuk data opgeslagen als CharacterString. +
Vastgestelde enumeratie die niet in het model is opgenomen. +
R
Lijst van leerdoelen dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van onderwijsdidactieken dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van onderwijsniveaus dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
Lijst van vakken dat dient als waardelijst voor betreffende attribuutsoort. +
De rol die een medewerker in een groep vervult. +
De rol die een medewerker in een groep vervult. +
Betrokkenheid (rol) van {Medewerker} in groepen {Groep}. +
{Afname} is afname bij {Groep}. +
{Afname} wordt/is geleid door {Afnameleider}. +
{Afnamecontext} heeft afname {Afname}. +
{Afnamecontext} heeft bron {Bron}. +
{Afanmeplanning} betreft {Toets}. +
{DeelnemerResultatenScores} betreft afname door toetsdeelnemer {PersoonInRegistratie}. +
{DeelnemerResultatenScores} betreft afname van {Toets}. +
{DeelnemerResultatenScores} heeft afnamecontext {Afnamecontext}. +
{DeelnemerResultatenScores} heeft resultaten {Resultaat}. +
{DeelnemerResultatenScores} heeft scores {Score}. +
{Groep} betreft {Curriculuminfo}. +
{Groep} bevat {Onderwijsdeelnemer}. +
{Groep} heeft betrokkenen {Medewerker}. +
{Groepsrol} is rollen {Rol}. +
{Medewerker} heeft identiteit {PersoonInRegistratie}. +
{Medewerker} is betrokken bij groepen {Groep}. +
{Medewerker} heeft rollen {Rol}. +
{Onderwijsdeelnemer} behoort tot {Groep}. +
{Onderwijsdeelnemer} betreft {Curriculuminfo}. +
{Onderwijsdeelnemer} heeft identiteit {PersoonsIdInRegistratie}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft curriculum {Curriculuminfo}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft deelnemers {Onderwijsdeelnemer}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft groepen {Groep}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft locaties {LocatieInRegistratie}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft medewerkers {Medewerker}. +
{Onderwijsorganisatiebundel} betreft organisatie {OrganisatieInRegistratie}. +
{Resultaat} is behaald bij toets/toetsonderdeel {Toetseenheid}. +
{Resultaat} is op basis van scores {Score}. +
{Resultaat} is uitgedrukt in {Referentieschaal}. +
{Score} is behaald bij toets/toetsonderdeel {Toetseenheid}. +
{Toets} wordt aangeboden door {Toetsleverancier}. +
{Toets} behoort tot {Toetscluster}. +
{Toets} bestaat uit {Toetseenheid}. +
{Toets} staat beschreven (gedefinieerd) in {Toetscatalogus}. +
{Toetseenheid} betreft {Curriculuminfo}. +
{Toetseenheid} heeft schaal {Referentieschaal}. +
{Toetseenheid} is variant van {Toetseenheid}. +
{Toetseenheid} bestaat uit {Toetseenheid}. +