Inrichten Identity & Access Management
IV-domeinen > IV-domein IAM > Inrichten Identity & Access Management
Deze pagina is een uitgebreide beschrijving van modelelement Inrichten Identity & Access Management (IAM) (IV-procesmodel)
Het IV-procesmodel 'Inrichten Identity & Access Management' (IAM) beschrijft de generieke functies die relevant zijn bij het realiseren en gebruik van een gekwalificeerde digitale identiteit ten behoeve van toegang (identiteitsverklaring). De gekwalificeerde digitale identiteit van een bij het onderwijs betrokken persoon (dienstafnemer) wordt ten behoeve van een dienstverlener geleverd. Deze wil de dienstafnemer kunnen identificeren en autoriseren. Dit wordt schematisch weergegeven in onderstaande figuur.
De kwaliteit van de identiteitsverklaring voor toegang wordt bepaald door het normenkader betrouwbaarheidsniveaus. Dit normenkader bevat voorschriften voor de generieke functies die een rol spelen bij het realiseren en gebruik ervan. Omdat de identiteitsverklaring mogelijk persoonsgegevens bevat die de dienst zal verwerken speelt ook instemming van de rechthebbende een rol. Afhankelijk van het scenario kan dit de betrokkene zelf zijn, of bijvoorbeeld een verwerkingsverantwoordelijke.
Ontwerpkaders
Voor het inrichten van identity & access management gelden de volgende ontwerpkaders, die ontleend zijn aan ontwerpprincipes voor Digitale Identiteiten, IBP en H2M-interactie.
| Naam | Stelling | Rationale | Implicaties | Ontleend aan Ontwerpprincipe(s) | Ontleend aan Ontwerpgebied(en) |
|---|---|---|---|---|---|
| Attributen worden beperkt tot wat de context/dienst vereist | De attributen in de identiteitsverklaring worden beperkt tot de attributen die de context/dienst vereist. | De digitale identiteit moet het mogelijk maken om samen te werken binnen een specifieke context. |
| De digitale identiteit is contextspecifiek | Digitale identiteiten |
| Biometrische kenmerken zijn geen onderdeel van de digitale identiteit | Biometrische kenmerken zijn geen onderdeel van de digitale identiteit | Gecentraliseerde systemen die biometrische gegevens vastleggen of gebruiken zijn hiervoor zowel vanuit privacy als security fundamenteel ongeschikt, want veel te riskant. Oplossingen waarin biometrische kenmerken uitsluitend worden beheerd en gebruikt op de eigen device lijken voor identiteitsverificatie wel geschikt, mits de kenmerken zelf niet worden gedeeld. Verwerking van biometrische gegevens is in beginsel verboden, met slechts drie uitzonderingsgronden: 1. Expliciete wettelijke grondslag; 2. Strikte noodzakelijkheid en proportionaliteit voor de beoogde authenticatiedoelstellingen; 3. Uitdrukkelijke en vrijelijke toestemming van de (onderwijs)betrokkene. |
| Eigen regie over digitale identiteit Risicogebaseerde BIV-classificatie en maatregelen | Digitale identiteiten IBP |
| De digitale identiteit is veilig | Toegang tot digitale diensten ("relying parties") wordt verleend op basis van verifieerbare verklaringen die afkomstig zijn van vertrouwde partijen ("trusted parties”). | De verschillende entiteiten kunnen elkaar vertrouwen in het digitale domein Een veilige digitale identiteit is beveiligd tegen misbruik om vertrouwen te borgen. |
| Digitale identiteit passend bij betrouwbaarheidsniveau Risicogebaseerde BIV-classificatie en maatregelen | Digitale identiteiten IBP |
| Entiteiten beschikken over een digitale identiteit voor toegang | Entiteiten binnen een afsprakenstelsel moeten zichzelf elektronisch kunnen identificeren en authentiseren. | De verschillende entiteiten (partijen in een bepaalde rol) zullen met elkaar in het digitale domein interacteren. Zij moeten hiervoor beschikken over een (betrouwbare) digitale identiteit. Een afsprakenstelsel bevat afspraken over digitale identiteiten. Deze afspraken en het nakomen hiervan zorgen voor vertrouwen (vertrouwensraamwerk). |
| Een entiteit heeft minstens één digitale identiteit | Digitale identiteiten |
| Passende gebruiksvriendelijke digitale identiteit | Een onderwijsbetrokkene (onderwijsdeelnemer, onderwijsmedewerker) krijgt een digitale identiteit die rekening houdt met zijn of haar mogelijkheden en beperkingen | Personen hebben recht op dienstverlening die past bij hun mogelijkheden en eventuele beperkingen. Het kan zijn dat op basis van bijvoorbeeld leeftijd, fysieke beperkingen (slechtzienden/slechthorenden) of taalvaardigheid de wijze van dienstverlening aangepast moet worden. De digitale identiteit moet dit mogelijk maken. |
| Digitale toegankelijkheid Gebruikersvriendelijkheid en eenvoud | H2M-interactie |
| Toegang is gebaseerd op verifieerbare verklaringen | Toegang tot digitale diensten ("relying parties") wordt verleend op basis van verifieerbare verklaringen die afkomstig zijn van vertrouwde partijen ("trusted parties”). | Digitale identiteiten worden betrouwbaarder wanneer organisaties vertrouwen kunnen baseren op verifieerbare verklaringen van erkende en betrouwbare partijen. Dit versterkt de zekerheid en integriteit van toegangsverlening. |
| Digitale identiteit passend bij betrouwbaarheidsniveau | Digitale identiteiten |
| Universele digitale identiteit | Een onderwijsbetrokkene heeft een universeel te gebruiken digitale identiteit | Om identiteiten op een veilige en betrouwbare en interoperabele manier te koppelen, maken we gebruik van unieke attributensets. Een onderwijsbetrokkene moet geïdentificeerd kunnen worden met een stabiele, unieke set attributen. Deze attributen zijn te relateren aan, of af te leiden van, verschillende identiteitstelsels die binnen en buiten het onderwijs gebruikt worden. |
| Een entiteit heeft minstens één digitale identiteit Overal beschikbaar | Digitale identiteiten H2M-interactie |
Generieke functies
De generieke functies die relevant zijn voor het realiseren van een digitale identiteit worden beschreven bij ‘voorbereiden toegang’. De generieke functies die relevant zijn bij het gebruik van een gekwalificeerde digitale identiteit ten behoeve van toegang worden beschreven bij ‘verlenen toegang’. De functies bij ‘voorbereiden toegang’ zijn randvoorwaardelijk voor de functies bij ‘verlenen toegang’.
Voorbereiden toegang
Voorbereiden toegang betreft de volgende beheerprocessen:
- Identiteitenbeheer;
- Authenticatiemiddelenbeheer;
- Bevoegdhedenbeheer.
Identiteitenbeheer
De digitale identiteit kent een vaste levenscyclus. Dit betekent dat een digitale identiteit gecreëerd wordt maar ook kan wijzigen of verwijderd worden. Deze functies zijn onderdeel van het identiteitenbeheer. Het identiteitenbeheer wordt ondersteund door een identiteitsbeheervoorziening (IDMS[1]) waarin de digitale identiteiten worden opgeslagen met de nodige attributen. Een digitale identiteit moet uniek identificeerbaar binnen de scope van een IDMS zijn en bevat dus voldoende informatie om deze van anderen te kunnen onderscheiden. Hieronder wordt de functie 'Creatie gekwalificeerde digitale identiteit' binnen het identiteitenbeheer nader toegelicht.
- Creatie gekwalificeerde digitale identiteit
Bij creatie gekwalificeerde digitale identiteit gelden de volgende ontwerpkaders:
- Registratie en (persoons)gegevens van een natuurlijk persoon conform een normenkader betrouwbaarheidsniveaus waarbij deze voldoet aan het hoogste niveau dat bij gebruik van de digitale identiteit wordt vereist;
- De gekwalificeerde digitale identiteit is uniek identificeerbaar binnen het IDMS waarin deze is geregistreerd.
Authenticatiemiddelenbeheer
Ook het authenticatiemiddel kent een vaste levenscyclus. Dit betekent dat deze geregistreerd wordt, maar ook kan wijzigen of verwijderd worden. Het gaat hierbij over het algemeen om het wel of niet toepassen van een bepaalde authenticatiefactor en de gegevens die hiervoor geregistreerd worden. Of er bijvoorbeeld sprake is van uitgifte en beheer van een fysiek authenticatiemiddel hangt van de authenticatiefactor af.
- Registratie authenticatiemiddel
Een authenticatiemiddel wordt geregistreerd en daarna gebruikt voor authenticatie van de dienstafnemer.
Voor authenticatiemiddelenbeheer gelden de volgende ontwerpkaders:
- Bij registratie van het authenticatiemiddel wordt deze gekoppeld aan een natuurlijk persoon (onderwijsbetrokkene) conform een normenkader betrouwbaarheidsniveaus;
Bevoegdhedenbeheer
Bevoegdhedenbeheer betreft de “levenscyclus” van bevoegdheden: vanaf het onderkennen (ontstaan en eventueel aanpassen), naar het toekennen aan digitale identiteiten en het verklaren daarvan, tot aan het intrekken (verwijderen) van bevoegdheden. Het registreren van bevoegdheden in het systeem wordt doorgaans ook wel Autorisatie beheer of Access management genoemd.
- Bepalen minimale betrouwbaarheidsniveau identiteitsverklaring
Over het algemeen wordt vooraf aan verlenen toegang ook bepaald wat een dienstafnemer (een bepaalde digitale identiteit) mag. Autorisaties (toekennen van bevoegdheden aan een bepaalde digitale identiteit) kunnen op verschillende niveaus/manieren[2] gedefinieerd worden. Op het hoogste niveau gaat het om toegang tot een bepaalde dienst die (vertrouwelijke) gegevens van een bepaalde dataclassificatie ontsluit. Op een lager niveau kan het ook om autorisaties voor een bepaalde gegevensset gaan en de bewerkingen die uitgevoerd mogen worden.
Voor autorisaties op het hoogste niveau zal de dienstverlener op basis van een risicoanalyse bepalen wat het betrouwbaarheidsniveau van de identiteitsverklaring moet zijn.Voor het bepalen van het minimale betrouwbaarheidsniveau van een dienst gelden de volgende ontwerpkaders:
- Bepaal design-time eisen (minimale betrouwbaarheidsniveau ) t.b.v. toegang;
- De dienstverlener stelt op basis van een risicoanalyse vast wat het minimale betrouwbaarheidsniveau van de identiteitsverklaring moet zijn.
Verlenen toegang
Verlenen toegang betreft de volgende processen:
- Authenticatie;
- Autorisatie.
- Authenticatie
Authenticatie toont met bepaalde mate van betrouwbaarheid aan of de dienstafnemer ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft. Het product van de authenticatie is de identiteitsverklaring van een bepaald betrouwbaarheidsniveau.
Bij het authentiseren speelt de authenticatiefactor een belangrijke rol. Het is een attribuut waarvan is bevestigd dat deze gebonden is aan een natuurlijk persoon die het authenticatiemiddel gebruikt en die onder een van de drie volgende categorieën valt.
- Op bezit gebaseerde authenticatiefactor: een authenticatiefactor waarvan de Entiteit moet aantonen dat deze in zijn bezit is.
- Op kennis gebaseerde authenticatiefactor: een authenticatiefactor waarvan de Entiteit moet aantonen dat hij ervan kennis draagt.
- Inherente authenticatiefactor: een authenticatiefactor die op een fysiek kenmerk van een Entiteit is gebaseerd en waarbij de Entiteit moet aantonen dat hij dat fysieke kenmerk bezit.
- Autorisatie
Autorisatie is een functie van de dienstverlener. De autorisatie-functie wordt uitgevoerd aan de hand van autorisatieregels. Deze zijn o.a. gebaseerd op attributen in de identiteitsverklaring, maar ook het betrouwbaarheidsniveau van de identiteitsverklaring. Deze is bij het bepalen van het minimale betrouwbaarheidsniveau vastgesteld.
De autorisatie-functie leidt tot een autorisatiebeslissing die (inclusief de identiteitsverklaring) kan worden bewaard om zich later te kunnen verantwoorden voor het toegang geven tot een dienst. De attributen in de identiteitsverklaring of mogelijke aanvullende gegevens die apart opgehaald kunnen worden zijn bepalend voor de bevoegdheden van een dienstafnemer.
Ondersteunende processen
| Ondersteunend proces | Beschrijving | Toelichting |
|---|---|---|
| Authenticatie | Het aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? | NORA 30 sept 2024: Het aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit |
| Authenticatiemiddelenbeheer | NORA: Het proces dat Entiteiten voorziet van Authenticatiemiddelen of deze middelen intrekt. | |
| Autorisatie | Het proces van het toekennen van rechten voor de toegang tot geautomatiseerde functies en/of gegevens in ICT-voorzieningen. | |
| Identiteitenbeheer | Proces dat digitale identiteiten tot stand brengt (en onderhoudt/actualiseert) voor entiteiten. | De digitale identiteit van een natuurlijk persoon kent een vaste levenscyclus. Dit betekent dat een digitale identiteit gecreëerd wordt maar ook kan wijzigen of verwijderd worden. Het identiteitenbeheer wordt ondersteund door een identiteitsbeheervoorziening (Ook wel identiteitsmanagementsysteem (IDMS) genoemd) waarin de digitale identiteiten worden opgeslagen met de nodige attributen. Een digitale identiteit binnen een IDMS moet uniek identificeerbaar zijn en bevat dus voldoende informatie om deze van anderen te kunnen onderscheiden. |
Informatieobjecten
| Informatieobject | Beschrijving | Toelichting |
|---|---|---|
| Authenticatiemiddel | Een set van attributen (bijvoorbeeld een certificaat) op grond waarvan authenticatie van een partij kan plaatsvinden. | NORA 30 sept 2024: Het middel waarmee een persoon zijn of haar identiteit kan aantonen c.q. laten verifiëren. |
| Autorisatiebeslissing | De uitkomst van een autorisatie | NORA 30 sept 2024: Het proces van het toekennen van rechten voor de toegang tot geautomatiseerde functies en/of gegevens in ICT voorzieningen |
| Autorisatieregels | Als informatie vastgelegde bevoegdheden. | Autorisatieregels worden vaak geformuleerd in termen van voorwaarden die gesteld worden aan zowel de entiteit als de resource. |
| Entiteit | Een herkenbaar en onderscheidbaar iets dat relevant is voor identity and access management en waarbij een digitale identiteit kan behoren. | |
| Gekwalificeerde digitale identiteit | Gegevens betreffende de digitale representatie is van een persoon. Een identiteit die als basis kan worden gebruikt voor een gekwalificeerde verklaring. | |
| Gekwalificeerde verklaring | Een verklaring (verifieerbaar of gekwalificeerd) die de uitkomst bevat van een authenticatie. | |
| Identiteitsverklaring | Uitkomst van een authenticatie die is uitgevoerd door een vertrouwde partij. | De identiteitsverklaring is het resultaat van een identiteitstoets. In de verklaring staat wat de identiteit is en met welk betrouwbaarheids-niveau de identiteit is vastgesteld. De identiteitsverklaring bevat de attributen waarover de verklaring gaat. Het betrouwbaarheidsniveau maakt deel uit van de Identiteitsverklaring; soms is deze meta-gegeven in de verklaring opgenomen. Een Wettelijk Identiteitsbewijs is een door de overheid afgegeven Identiteitsverklaring. NORA (concept): Een gekwalificeerde verklaring over een digitale identiteit. |
Rollen
| Rol | Beschrijving | Toelichting |
|---|---|---|
| Authenticatiedienstbeheerder | De authenticatiedienst beheerder is verantwoordelijk voor het leveren van identiteitsverklaringen. Dit doen zij via een authenticatiedienst. Om de dienstafnemer te kunnen authenticeren en de identiteitsverklaring te kunnen leveren moeten zij een persoonsgebonden authenticatiemiddel registreren. De registratie is in feite de binding tussen de digitale identiteit, het authenticatiemiddel en de persoon zelf. Er is dus sprake van een identiteitsverificatie en registratie van de gekwalificeerde digitale identiteit. Deze functies kunnen onderdeel zijn van het identiteitsbeheer dat door een andere partij en/of systeem uitgevoerd wordt of dat de authenticatiedienst beheerder zelf uitvoert. Binnen federatieve toegang wordt er vanuit gegaan dat een authenticatiedienst beheerder een rechtspersoon is. In de context van het onderwijs is dit over het algemeen de onderwijsorganisatie waar de dienstafnemer (onderwijsvolger of medewerker) aan verbonden is. | |
| Beheerder identiteiten | ||
| Verklarende partij | Een organisatie die verifieerbare of gekwalificeerde verklaringen uitgeeft. |
Referentiecomponenten
| Referentiecomponent | Beschrijving | Toelichting |
|---|---|---|
| Authenticatiemiddelenvoorziening | Voorziening waarmee Authenticatiemiddelen worden uitgegeven, ingenomen en vernietigd. | |
| Autorisatievoorziening | Voorziening waarmee de toegang van digitale identiteiten kan worden verbreed of beperkt, d.m.v. van rechten. | |
| Identiteitsbeheervoorziening | Voorziening waarmee digitale identiteiten worden aangemaakt, verwerkt en eventueel vernietigd. Deze ondersteunt het identiteitenbeheer. |